Toen we klein waren, geloofde we allemaal in wonderen. We geloofden dat de tanden fee onze tandjes onder ons kussen vandaan haalde. Dat Sinterklaas ieder jaar met de stoomboot helemaal uit Spanje kwam. Er waren dansende rode schoentjes, goede feeën, heksen en natuurlijk waren er Doornroosje en Assepoester. Het was Klaas Vaak die slaapzand in je ogen strooide en die ervoor zorgde dat je kon dromen.

Misschien herinner je die magische momenten nog wel. De kleine, ongrijpbare momenten waarin je geloofde dat wonderen echt bestonden en waarin niets onmogelijk leek. Misschien herinner je je nog wel hoe je je voelde; het intense geluk en het gevoel dat alles in de wereld perfect was.

Maar naar mate de klok de jaren wegtikt en we steeds meer richting het volwassen leven gaan, hoe meer het magische gevoel van geloven in wonderen uitdooft. In onze maatschappij geloof je als volwassene niet meer in wonderen. De realiteit is dat we dingen uit boeken leren. Meten is weten. De onmeetbare dingen bestaan niet meer en ons leven wordt beheerst door werk, gezin en drukte. “Ik denk, dus ik ben” aldus Descartes.

Langzaam dooft het gevoel dat je had, toen je nog echt geloofde in wonderen, uit. We verplaatsen onze aandacht van de sprookjes, naar het denken. Want alleen door te denken, denken we er te zijn.

Maar de wonderen zijn er nog. Het gevoel dat je als kind had, draag je nog steeds met je mee. Het is echter de kunst, dit weer tot leven te brengen.

Dat gevoel, dat je had toen sprookjes tot leven kwamen en Sinterklaas echt bestond, dat gevoel is de realiteit. We kunnen de wonderen nog steeds voelen en nog steeds zien.
En het gevoel wat het brengt, heet geluk.

Iedere dag gebeuren er wonderen die ons gelukkig kunnen maken. Iedere dag opnieuw, kunnen we dat gelukzalige gevoel dat we als kind hadden, herleven.

De bomen die in bloei staan. De zachte voorjaarswind die langs je wang strijkt. Je kinderen die je omhelzen, je geliefde die je het gevoel geeft dat iemand onvoorwaardelijk van je houdt. Het volgen van je intuïtie, en merken dat dit goed uitpakt. Met je blote voeten door het gras lopen. De eerste stranddag van het seizoen. Die ene vriendin die je belt, precies op het moment dat je het nodig hebt.

Dit zijn de wonderen van het leven en het zijn deze momenten die ons gelukkig maken. We moeten alleen wel deze wonderen kunnen zien. En dat kan, want wanneer we onze geest tot rust brengen, kunnen we ons openen voor deze geluksmomenten.

Creëer dus je eigen wonderen. Zie wat het leven jou geeft en geniet weer net zoveel als dat je deed toen Sinterklaas nog echt bestond en de tanden fee je tand voor een muntje verruilde. Dan pas kunnen we zeggen dat we leven. Laten we Descartes iets nieuws bieden: Ik geniet, dus ik ben…