Er zijn van die momenten waarop je beseft dat het yogapad oneindig is. De wandeling die je maakt is mooi, verrassend, uitnodigend. Maar soms is de yogawandeling ook verschrikkelijk zwaar. Op die zware momenten voelt het alsof de berg die je oploopt zo stijl en zo hoog is, dat het rechte stuk – de tijdelijke finish – nooit lijkt te komen. En die steile berg, dat is precies het stuk waar ik een paar maanden geleden aan begon. Ik zag op tegen die hoge berg, maar bewandelen was het enige dat me te doen stond. Althans, als ik vooruit wilde gaan. En ja, dat wilde ik. Dus daar stond ik dan, aan het begin van die berg. Maar hoe was ik bij die berg terecht gekomen? Hoe had ik het zo ver laten komen, dat ik starend naar dat pad (dat toch echt waterpas leek te lopen) ineens stijl omhoog moest? Dat ik moeite moest doen om mijn (yoga)pad te bewandelen? Achteraf gezien verschillende factoren; de afgelopen tijd te veel hooi op mijn vork genomen, een voorval in mijn familie wat me erg heeft aangegrepen en signalen van mijn lichaam die ik genegeerd had. Want tja, voor het laatste geldt; ook yogajuffen steken wel eens de kop in het zand… En zo begon ik een paar maanden geleden aan het beklimmen van de berg. Een zware tocht. Veel mediteren, veel voelen wat er echt in mijn lichaam en hoofd omging. Verdriet voelen en accepteren. Zo nu en dan niet eens zin hebben om de dag te beginnen. Twijfelen aan de keuzes die ik had gemaakt en die ik nog moest gaan maken. En toen kwam daar ineens dat aanbod: of ik 2 weken les wilde […]